SCREENING


Screening en multidisciplinaire benadering van psychosociale problemen bij zwangeren en jonge moeders

Dr. Els Beckers, gynaecoloog

Kinderen krijgen is een belangrijke levensgebeurtenis die gepaard kan gaan met een toenemende vatbaarheid voor psychologische stoornissen. Perinatale mentale stoornissen vormen een significante complicatie van de zwangerschap en de postpartumperiode. Ondanks hun frequente voorkomen, blijven ze ondergediagnosticeerd en onderbehandeld.

De cijfers

Uit een recente bevraging in de UK (The Lancet, 2017) blijkt dat 1 op 5 vrouwen psychische problemen ervaart in de perinatale periode: depressie (bij 10 à 15% van de bevallingen), angststoornissen (13 à 15%), alcohol- en middelenmisbruik (5%), psychotische stoornissen en de zeldzame postpartumpsychose (0.1 à 0.2%). Sommige vrouwen hadden die stoornis al voor de zwangerschap of hervielen tijdens of na de zwangerschap. Bij anderen lokt de zwangerschap die stoornis uit. Bovendien blijkt dat driekwart van de vrouwen die aan de DSM-5-criteria voldoen voor angst- en depressieve stoornissen bij niet routinematig screenen niet geïdentificeerd worden en dat slechts 1 op 10 vrouwen de hulp krijgt die ze nodig heeft.

Gevolgen

Psychische problemen in de perinatale periode hebben nochtans talrijke negatieve effecten op de gezondheid en het welzijn van zowel moeder als kind:

Bij de moeder:

  • meer suïcide bij ernstige psychiatrische stoornissen
  • hogere kans op chroniciteit van psychische problemen
  • risicogedrag
  • relationele problemen
  • hechtingsproblemen en negatieve invloed op de kwaliteit van het opvoeden

Bij het kind:

  • vroeggeboorte en laag geboortegewicht
  • ontwikkelingsproblemen: vertraagde ontwikkeling, neurocognitieve moeilijkheden, emotionele en gedragsproblemen op latere leeftijd
Slechts 1 op 10 vrouwen krijgt de hulp krijgt die ze nodig heeft.

Risicofactoren

Risicofactoren voor perinatale psychische problemen kunnen biologisch, psyciatrisch, psychologisch of sociaal-economisch van aard zijn:

BIOLOGISCH

  • genetische kwetsbaarheid
  • neurobiologische dysregulatie
  • hormonale veranderingen
  • immuniteitsfactoren
  • zwangerschaps­complicaties

PSYCHIATRISCH

  • persoonlijke of familiale psychiatrische voor­geschiedenis
  • verloskundige complicaties (posttraumatisch stresssyndroom, PTSD)
  • middelengebruik

PSYCHOLOGISCH

  • persoonlijkheids­kenmerken
  • laag en inconsistent zelfbeeld
  • negatieve cognities m.b.t. het moederschap, ouderschapsstress

SOCIAAL-ECONOMISCH

  • gebrek aan sociale ondersteuning: kansarme moeders, recente migratie, tienermoeders
  • partnergeweld
  • (recente) levens­gebeurtenissen, trauma, stress, armoede

Screening van psychische problemen bij jonge moeders

Het via bevraging opsporen van risico­factoren voor perinatale psychische problemen, het psychosociaal assessment, gebeurt in het SFZ standaard bij de intakeraadpleging door de vroedvrouw bij een zwangerschapsduur van 7 à 8 weken.

Gezien het frequente voorkomen van perinatale mentale stoornissen en de gevolgen ervan voor moeder en kind, is het van belang om in een zo vroeg mogelijk stadium van de zwangerschap het risico op perinatale psychische problemen te identificeren.

De bedoeling van het psychosociaal assessment is niet om psychiatrische problemen te diagnosticeren, maar om een beter beeld te krijgen van de leefomstandigheden en de socioculturele context van elke vrouw en haar gezin. Zo brengen we mogelijke risicofactoren in kaart om aangepaste zorg en begeleiding te kunnen bieden.

Het multidisciplinair psychologisch overleg (MOP)

Omdat gynaecologen, huisartsen en vroedvrouwen, maar ook psychiaters, niet specifiek opgeleid zijn om psychiatrische en psychosociale problematiek in de zwangerschap te begeleiden, is het van cruciaal belang dat deze patiënten multidisciplinair besproken worden.Als uit het psychosociaal assessment risicofactoren naar voor komen, dan wordt de patiënte besproken op het Multidisciplinair Psychologisch Overleg (MOP). Dit vindt om de 2 weken plaats op dinsdagochtend.

Deelnemers aan dit overleg zijn:

  • dr. Beckers (gynaecoloog)
  • dr. Estercam (psychiater)
  • Annick Jossa (vroedvrouw - peripartumcoach)
  • Sunile Maes (psycholoog PAAZ)
  • Ann De Middelaer (maatschappelijk werker)
Het is van belang om in een zo vroeg mogelijk stadium van de zwangerschap het risicio op perinatale psychische problemen te identificeren.

We onderscheiden 3 types psychologische problemen:

  • huidige psychologische problemen zonder medicatie/therapie
  • huidige psychologische problemen met medicatie/therapie
  • psychologische problemen in het verleden

Na de bespreking van het dossier worden er adviezen geformuleerd om de zwangere vrouw te begeleiden. Deze adviezen worden schriftelijk bezorgd aan de behandelend gynaecoloog, de huisarts, eventueel de begeleidende vroedvrouw en de betrokken psycholoog en/of psychiater. Afhankelijk van de noden zal de zwangere verwezen worden naar de sociale dienst, de vroedvrouw en peripartumcoach, de psycholoog, de huisarts of psychiater.

Bij het gebruik van psychofarmaca wordt nagegaan of deze medicatie compatibel is met zwangerschap en borstvoeding, of er een indicatie bestaat voor gebruik van dezelfde dosis of voor een eventuele aanpassing van de dosis afhankelijk van de zwangerschapstermijn. De behandeling met psychofarmaca zal, indien niet vooraf bestaande, geïnitieerd en opgevolgd worden door de huisarts op geleide van het advies van de MOP. Psychiater Estercam blijft steeds bereid tot telefonisch overleg met de behandelende huisarts voor de opvolging van deze therapie.

Onze ervaring leert dat een vroegtijdige identificatie en een multidisciplinaire benadering van patiënten met psychosociale risicofactoren kan leiden tot een adequate, tijdige interventie en vervolgens het toepassen van preventieve maatregelen. Zo kan men postpartumdecompensatie voorkomen en ingrijpende gevolgen beperken.