MEDISCH LEREND


Vulvavaginale pathologie:
Zit het tussen je oren?
Nee, tussen je benen!

Dr. Silvie Aendekerk, gynaecoloog

Sinds kort kan het SFZ het lijstje van het zorgaanbod aanvullen met een nieuwe vulvakliniek. Hier kunnen patiënten terecht die vulvodynie (pijn bij betrekkingen), recidiverende vulvaire en/of vaginale infecties of vulvaire dermatosen (o.a. lichen) hebben. Dit zijn problemen met vaak weinig erkenning volgens dr. Silvie Aendekerk, gynaecoloog in ons ziekenhuis sinds begin 2020.

Dr. Aendekerk, welk type gynaecoloog bent u?

“Ik zie mezelf als een allround gynaecoloog. Ik ben graag actief in de verloskunde, maar ook in benigne gynaecologie. De variatie in de job is wat me altijd heeft aangetrokken. We doen consultaties, voorzien beeldvorming via echografie, maar voeren ook veel technische handelingen uit zoals bevallingen en operaties. Toch blijft mijn niche de vulvapathologie. In Heusden-Zolder werken we samen in een associatie met 8 gynaecologen. Heel fijn, want ieder van ons heeft een eigen niche en kan zo heel vlot naar elkaar doorverwijzen om patiënten de beste behandeling te bieden.”

Kunt u iets meer vertellen over vulvapathologie?

“Mijn interesse voor vulvaire problemen is gestart bij vulvodynie.”

Nog nooit van gehoord. Maar blijkbaar ben ik de enige niet, toch?

“Nee, dat klopt. Patiënten komen op consultatie met een verhaal van pijn bij betrekkingen. Maar ook bij artsen en zelfs gynaecologen is het een vrij onbekend begrip. Er zal eerder gesproken worden van pijn bij betrekkingen, vaginisme, dyspareunie, … Naar schatting heeft 8% van de vrouwen er ooit last van. Het gaat om een chronische, vaak brandende pijn bij het vrijen. Dit is natuurlijk een breed begrip, maar vulvodynie is echt wel een strikt gedefinieerde aandoening sinds eind jaren ’80.

De criteria zijn dat de patiënte een branderige pijn ervaart bij aanraking, meestal ter hoogte van de ingangszone van de vagina en dat deze pijn uitgelokt kan worden met de zgn. Q-tip test. Bij klinisch onderzoek is er vaak weinig te zien en dat maakt het net verraderlijk: vrouwen krijgen vaak van artsen te horen dat het tussen hun oren zit of ze worden verkeerd gediagnosticeerd met vaginisme.

Het onderwerp zelf is vaak moeilijk bespreekbaar voor een patiënte, maar als ze dan toch naar een arts stapt en te horen krijgt dat ze ‘eerst maar eens zwanger moet worden’ of ‘eens een paar glazen wijn moet drinken en nog eens moet proberen’, voelt ze zich terecht erg onbegrepen. Je ziet de opluchting meteen als je de effectieve diagnose meedeelt.”

Kunt u deze patiënten ook helpen?

“Ik heb geen wondermiddel of magische trukendoos voorhanden. Ik ga eerlijk zijn: het is een lang proces en een behandeling bestaat uit 4 pijlers. Eerst en vooral ‘vulvacare’. Dit wil zeggen zoveel mogelijk irritaties vermijden, zowel chemische producten als mechanische zaken. Vaak raad ik ook een penetratiestop aan. Dit is noodzakelijk om de vicieuze cirkel te doorbreken. Vervolgens wordt er een medicamenteuze behandeling gestart.

Vulvodynie heeft veel gemeen met neuropathische pijn. Een bepaalde klasse van antidepressiva of anti-epileptica wordt verwerkt tot een crème voor lokaal gebruik of wordt oraal ingenomen. Er zijn veel stappen mogelijk, maar het is altijd een beetje ‘trial and error’. De benadering is ook altijd multidisciplinair, zo wordt er samengewerkt met een seksuoloog om rust in de relatie te brengen.

Tot slot gaat de patiënte op het einde van de behandeling ook naar een bekkenbodemkinesist om terug zelfcontrole en zelfvertrouwen te krijgen. Zelden komt het tot een heelkundige ingreep.”

Dit is wellicht niet de enige pathologie die u ziet in een vulvapolikliniek?

“Vulvapathologie is een breed begrip. Vulvodynie is hier een deel van, maar we zien ook veel patiënten die klachten hebben van vulvaire en/of vaginale irritatie of jeuk. Dit kan dan een beeld zijn van een vulvaire of vaginale infectie, maar het kan evengoed een huidprobleem zijn. Klachten zijn vaak gelijkaardig, maar een goede anamnese en klinisch onderzoek kunnen toch vaak duidelijkheid scheppen.

Jammer genoeg zijn vulvaire problemen voor patiënten vaak een moeilijk onderwerp om over te spreken. Er heerst nog vaak een taboe rond.”

“Vulvapathologie moet absoluut uit de taboesfeer gehaald worden. Ik sta dus helemaal achter ‘vulva awareness’.”

Komen patiënten soms ‘te laat’ op consultatie?

"We zien inderdaad ook patiënten met een vergevorderde ‘lichen sclerosus’. Dit is een chronische huidaandoening waarbij de huid vaak wit verkleurt en er is ook verlies van vulvaire architectuur. De clitoris raakt begraven en de binnenste schaamlippen verdwijnen als het ware. In extreme gevallen kan de vulva zelfs praktisch dichtgroeien doordat de schaamlippen aan de voorzijde lijken samen te smelten. 4% van de patiënten met lichen ontwikkelt tevens een vulvakanker. Vandaar dat vulvapathologie uit de taboesfeer moet gehaald worden. Ik sta dus helemaal achter ‘vulva awareness’.”

Heeft u hiervoor een specifieke opleiding gevolgd?

“Toen mijn interesse in deze pathologie ontstond, zocht ik contact met vulva-arts dr. Verstraelen in het UZ Gent. Bij hem en zijn team ben ik in de leer gegaan. Buiten mijn consultaties hier in het ziekenhuis en in het Medisch Centrum in Beringen werk ik 1 dag per week in het UZ Gent om mijn expertise verder uit te bouwen.”

Benieuwd naar meer?

We maakten een filmpje waarin dr. Aendekerk zelf vertelt over haar specialisme én het SFZ-team waarin ze terechtgekomen is.

Meer info?

Patiënten kunnen via het secretariaat gynaecologie (011 71 58 09) altijd een afspraak maken in de vulvakliniek. Elke vrijdag is er raadpleging voorzien in het SFZ.