ONDERZOEK


Obstructief slaapapneusyndroom

Dr. Tanya Kluyt, pneumoloog

Apneu komt vaker voor dan gedacht. 5 à 10% van de bevolking krijgt ermee te maken. Het komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, meer bij zwaarlijvigen en het neemt toe met de leeftijd.

Bij het slaapapneusyndroom treden ademstilstanden op in de slaap. De meeste mensen hebben weleens een (sterk) verminderde ademhaling of een ademstilstand in de slaap, maar we spreken pas van een slaapstoornis wanneer dit meer dan 5 keer per uur gebeurt en minimaal 10 seconden duurt. Als gevolg van een verminderde ademhaling of ademstilstand daalt de zuurstofspiegel in het bloed, waardoor onwenselijke wekreacties (arousals) ontstaan.

Apneu

Apneu betekent letterlijk ‘geen lucht’. Sommige mensen stoppen tijdens het slapen regelmatig even met ademhalen. Zij hebben ademstilstanden. Bij apneu duurt een ademstop minstens 10 seconden, met vrijwel altijd een zuurstofdaling in het bloed tot gevolg.

Hypopneu

Tijdens de slaap kan er ook sprake zijn van hypopneus waarbij de ademhaling sterk verminderd is (gedurende minimaal 10 seconden). Er is geen ademstop (zoals bij apneus), maar een verminderde verplaatsing van lucht naar de longen. Het zuurstofgehalte in het bloed kan hierdoor flink dalen, net zoals bij apneus.

"5 à 10% van de bevolking krijgt ooit met apneu te maken"

OSAS en CSAS

Apneus kunnen optreden doordat de spieren tijdens de slaap ontspannen, waardoor de tong en zachte delen in de keel de ademhaling blokkeren. We spreken dan van het ‘obstructief slaapapneusyndroom’, afgekort ‘OSAS’. Apneus kunnen ook ontstaan doordat de hersenen te weinig prikkels afgeven om te ademen. Dit noemen we ‘centrale slaapapneusyndroom’, afgekort ‘CSAS’. Dit komt echter weinig voor.

Klachten bij OSAS

Door ademnood en gebrek aan zuurstof ontwaakt de patiënt telkens eventjes, meestal zonder zich bewust te zijn van die slaaponderbreking. De ontwaakreacties zorgen er wel voor dat men niet in een diepe slaap komt, die voor een goede nachtrust erg belangrijk is. Het normale slaappatroon wordt verstoord door de ‘ontwaakreactie’ waardoor er chronisch slaaptekort ontstaat en men overdag erg moe is.

Andere symptomen zijn o.a. snurken, stemmingswisselingen, hoofdpijn in de ochtend, concentratieproblemen en vergeetachtigheid. Bovendien zorgen de dalingen van het zuurstofgehalte in het bloed voor schadelijke effecten, zeker op lange termijn. Zo hebben apneupatiënten een verhoogde kans op o.a. (verkeers-)ongevallen door vermoeidheid/concentratiegebrek, depressies en hart- en vaatziekten zoals hart- en herseninfarcten en hersenbloedingen.

Polysomnografie

Om te onderzoeken welke problemen er zich juist voordoen tijdens de slaap en wat de oorzaak is, kan een uitgebreid slaapregistratie-onderzoek worden gedaan, een polysomnografie. Tijdens deze slaapregistratie worden diverse lichaamsfuncties tijdens de slaap gemeten en kan men de hoeveelheid en kwaliteit van de slaap beoordelen.

Voor het onderzoek bevestigt de laborant elektroden, verbonden met meetapparatuur, op de hoofdhuid, rond de ogen, onder de kin en op de benen. Hiermee worden volgende functies gemeten: hersenactiviteit, ademhaling (buik en borst), luchtstroom bij het in- en uitademen, hartritme, spieractiviteit in kin en benen en zuurstofgehalte in het bloed. De verschillende elektroden en sensoren zijn verbonden met een recorder, een draagbaar kastje dat de patiënt bij zich draagt en dat de metingen registreert.

De patiënt wordt tijdens zijn slaap ook gefilmd. Dit kan nodig zijn als er sprake is van overmatig bewegende ledematen, bij nachtangst of slaapwandelen. De slaapregistratie gebeurt altijd in het ziekenhuis. Op basis van de resultaten kan er een diagnose worden gesteld of wordt er aanvullend onderzoek gedaan.

Diagnose en behandeling OSAS

Bij het stellen van de diagnose wordt gekeken naar het aantal ademstops of sterk verminderde ademhalingen per uur en de mate van slaperigheid die de patiënt ervaart. Er bestaat een indeling in licht, matig en ernstig slaapapneu. Welke behandeling het meest geschikt is, hangt dan ook af van de ernst van de OSAS.

Algemene behandeladviezen zijn: afvallen als er sprake is van obesitas, ’s avonds geen alcohol meer drinken en geen slaapmedicijnen nemen. Bij een lichte vorm van OSAS zijn deze maatregelen vaak voldoende en is er geen verdere behandeling noodzakelijk. Bij matige en ernstige OSAS is behandeling met een MRA-beugel of CPAP wel noodzakelijk.

Contactgegevens Pneumologie

Afspraken: 011 71 55 55 Secretariaat: 011 71 58 05